zaterdag 26 november 2016

Zaterdagbaantje (horror AL)

(Geschreven:  26 Nov 2016 / Waar gebeurd 1970)

  Ik zal zo begin 16 geweest zijn toen een vriendin op het idee kwam om een baantje voor de zaterdag te nemen. Ze had eens nagevraagd en er was voor mij ook wel een plaatsje vrij. Het duurde nog een paar maanden voor ik aan mijn interne stageperiode kon beginnen als inrichtingsassistente dus ik had nog even tijd. We konden terecht bij de Albert Hein in de nieuwbouwbuurt.


  De vriendin mocht achter de kassa want zij had ULO en ik mocht om te beginnen tassen inpakken. Daar baalde ik wel behoorlijk van maar - ik wil mezelf niet op de borst kloppen - ik was er wel goed in! Nog steeds weet ik 2 keer zoveel boodschappen in een tas te puzzelen als een ander, zo zie je maar waar een mens allemaal geen gemak van kan hebben. Het heeft iets te maken met ruimtelijk inzicht, een eigenschap die men voornamelijk aan jongens toedicht maar waarvoor nooit de juiste tests zijn uitgevoerd, namelijk boodschappentassen inpakken!


  Ondanks die gave hoefde ik toch niet zo lang tassen in te pakken en mocht ik doorstromen naar de gebakafdeling! Dat was tenminste een echt baantje, ik hield zelf niet zo van gebak en snoep dus ze konden er geen betere voor uitkiezen. Het was in het begin best wel eng al die mensen voor je toonbank maar gaandeweg begon het te wennen en werd ik zelfs gepromoveerd!


  Dit keer naar de vleeswarenafdeling! Ik moet er wel even bij vertellen dat deze afdeling zich pal naast de gebakafdeling bevond, slechts gescheiden door een houten tussenwand waar aan de voorzijde planken met koekjes en chocolade waren uitgestald. Het voordeel van die wand was dat zowel de meisjes van het gebak als die van de vleeswaren zich daar bij tijd en wijle achter konden terugtrekken om even bij te komen en te kletsen natuurlijk.


  Het werk bij de vleeswaren was een stuk omslachtiger dan een slagroomcake in een kartonnen doos schuiven. Diverse machines kwamen hierbij van pas om de hompen vlees in kleinere porties te verdelen. Plakjes konden die maken, dunne plakjes, dikke plakjes, zo handig! Plakjes kon je namelijk makkelijk op elkaar stapelen en afwegen naar behoefte alvorens ze te verpakken.


  Het was altijd druk op de zaterdag en er moesten veel plakjes worden afgesneden door de vleesmachines met hun grote, scherpe, ronddraaiende messen. Aan de slede waarop het vlees werd gelegd zat een handvat dat als je hem losliet altijd nog even door bleef glijden. Een uitgekiend systeem verlichtte de energieoverdracht van de arm naar het in beweging brengen van het mes. Eén armslag was genoeg om het grote mes een duizelingwekkend aantal toeren rond te laten draaien. Het waren echt mooie machines, goed bijgehouden ook, de assen gesmeerd en de messen vakkundig geslepen... Moeiteloos doorkliefden ze zonder enige terughoudendheid alle soorten vlees.


  En dan wil het zomaar eens gebeuren dat - bijvoorbeeld door een oogafwijking waarvan ik toen niet wist dat ik die had of gewoon door een moment van lichte absence, wie zal het zeggen? - je zomaar iets meer vlees hebt versneden dan de bedoeling was, namelijk een stukje van jezelf. Gelukkig zijn die machines wel een beetje afgestemd op onhandige schoolmeisjes en was het bloedbad nog te overzien. Ik kon terecht bij de drogisterijafdeling waar pleisters voor het personeel gratis beschikbaar lagen. Wat ik nog niet wist was dat deze op zich niet zo bijzondere gebeurtenis zo zijn eigenaardige gevolgen had.


  Het is nu eenmaal zo dat als je een stukje van jezelf kwijt bent, ook al is het nog zo klein, je behoorlijk uit je evenwicht kunt raken. Hoe moet je nu de hompen vlees vast houden met je kapotte vinger? De plakjes stapelen of de messen weer in beweging brengen? Welke vinger het ook is, je bent meteen onthand! Het resultaat hiervan was dat het niet lang duurde of ik kon voor de 2e keer een gratis pleister gaan halen! Ik grapte nog wat over mijn ongelukjes met de pleisterjongen en dapper ging ik zo gehavend als ik was weer de strijd aan met  de snijmachine. Helaas delfde ik het onderspit en liep ik aan het einde van de middag met zeker zes pleisters om mijn vingers, wat op zich natuurlijk wel een koddig gezicht was. Wat ik echter niet had voorzien was dat mijn 'roem' me ondertussen begon te achtervolgen...


  Een week later waren mijn wonden ondertussen geheeld (ik genees tamelijk snel) en stond niets me meer in de weg om er weer een vrolijke dag van te maken want werken kan ook leuk zijn! Het leuke gedeelte speelde zich voornamelijk af achter de schermen en in dit geval achter de houten tussenwand. Die wand met koekjes en in zakjes verpakte bonbons die te kijk stonden tussen het gebak en de vleeswaren. Die wand waar ik het al eerder over had...
Het zal zo rond een uur of 4 geweest zijn, echt zo'n uur waarin je vaak in zo'n middagdip terecht komt. Zo'n tijdstip waarop je altijd even wilt bijkomen en wat luchthartige gesprekjes wilt voeren. Omdat er even geen klant was en het meisje van het gebak achter de tussenwand een kopje koffie nam wilde ik me er wel bijvoegen. Het was er tamelijk smal, ik kon er ternauwernood gemakkelijk in staan en probeerde me een houding te geven....


  Langzaam hief ik mijn arm op tot boven mijn hoofd, ik draaide mijn hand naar links, waar de houten tussenwand zich bevond... mijn hand zweefde even en wees in de richting van de wand toen het ongelooflijke gebeurde; het was gewoon spookachtig maar zonder dat ik de wand aanraakte begon hij naar achteren te hellen, eerst langzaam en toen sneller tot hij over zijn dode punt heen kwam en met veel geraas in elkaar stortte. De metalen dragers en glazen planken kletterden over de vloer en van de koekjes en bonbons was ook niet veel meer over. Gelukkig raakten er geen klanten onder bedolven maar de schrik zat er duidelijk bij enkelen in.  IJverig probeerde ik de boel weer op te ruimen.

  De directie hield me sinds die tijd goed in de gaten en ik werd gedegradeerd tot kantinedienst! Dat was echt een rotbaantje want je deed het meestentijds alleen, maar ja, de centjes waren mooi meegenomen en het duurde toch niet lang meer. Ik probeerde me te schikken. Het contact tussen mij en mijn leidinggevende vlotte niet erg, haar taakverdeling stuitte me somtijds tegen de borst en zoals met veel leidinggevende vrouwen (ik zou er later nog meer ontmoeten) viel er niet echt over te discussiëren.

  Ik vond het werk niet echt leuk meer maar ging toch, die zaterdag waarvan ik niet wist dat het mijn laatste zou zijn... Voordat ik die ochtend op weg naar mijn baantje toog waren er nog wat huiselijke voorvallen die het gebeuren ernstig zouden beïnvloeden. Het was zoals meestal op zaterdagochtend druk bij ons thuis, alle kinderen hadden vrij en wij waren geen langslapers. Ik had mijn spulletjes al bij elkaar gepakt in een klein, knalrood, plastic schoudertasje toen mijn op één na oudste broertje (die behoorlijk grappig kon zijn) mijn aandacht trok. Hij deed nogal wild en had veel praatjes, in zijn handen had hij geheimzinnige capsules liggen en hij lachte erbij. Ik had geen idee waar hij het over had en ook geen tijd om het te vragen dus zei ik: 'Geef mij er eens een!' Geen idee wat ik ermee moest maar dat was voor later. Ik gooide het dingetje in mijn haast in het tasje en ging snel weg waarbij ik het ook meteen alweer vergat.


  Op mijn werk aangekomen was ik een beetje laat en stond alleen in de garderobe om mijn jas op te hangen en mijn haar wat in fatsoen te brengen. Ook waren daar de toiletten waar op dat moment geen gebruik van werd gemaakt (gelukkig zo bleek later). Snel liep ik naar de kantine, hopende dat ik niet gemist werd.
 

  10 minuten later (zeker niet langer) kwam mijn leidinggevende op me af, ze keek zoals altijd niet vriendelijk maar dit keer was het pas goed mis aan haar gezicht te zien... wat had ik nu weer gedaan? Ze vroeg of ik in de garderobe geweest was, hetgeen ik niet ontkende. Dan was ik de laatste die zich daar had opgehouden, zei ze. Er hing een ondraaglijke stank in dat hok waar de duivel nog bang van zou worden, die zich door de hele winkel verspreidde, ook was er een toiletdeur beschadigd door een soort bijtend zuur... Waar had dat mens het in godsnaam over, vroeg ik me af. Ik moest direct mee om het te bekijken. Langzaam begon me wat te dagen.... die vreemde capsule die ik in mijn haast in mijn tasje had gegooid was een ware bom geweest! Een bom die per ongeluk uit mijn tas was gevallen toen ik mijn haarborstel pakte! Het was een stinkbom! Ik moest nog wel mijn werk afmaken voor die dag maar hoefde niet meer terug te komen....

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Plaats hier uw leuke opmerking: