(Geschreven Febr. '83 / bijgewerkt 06.12.2016).
Bereidingstijd: 3 maanden en 12 uren.
Men neme: eene oude, ijzeren ketel en plaatse deze aan den ijzeren haak in den schouw. Men diene vervolgens genoeg hout te sprokkelen om het vuur gedurende 12 uren brandende te houden. Gelieve zich hiervoor wilgenhout aan te schaffen welke men eerst 3 maanden late drogen op eene daarvoor geschikte plaats (men raadplege indien nodig blz. 666).
In den tuschentijd trekke men zoveel mogelijk naar bos en heide en zoeke daar de zoo onontbeerlijke benodigdheden gelijk vermeld op blz. 12 (welke men wegens strenge geheimhouding opvrage bij: H.E.X. Postbus 22, Verborgenbos)
Daarna wachte men tot nieuwe maan en bij invallende duisternis vulle men de ketel met den 5 liter appelsap van vorig jaar en stoke men het vuur op tot eene blauwe walm waarneembaar is. Vervolgens vermale men de brandnetels, het bilzenkruid en de alruin-wortel tot een glad geheel en voege dit toe aan den 3 vleermuisvleugeltjes, het oog van eene pad en de gebroken eierschalen. Het geheel koke men tot het borrelt en men tempere daarna het vuur met eenig zand. Tijdens den kookduur zinge men uit volle borst de aanbevolen liederen (zie fig.1 rechts), al beweert men dat de invloed hiervan op het resultaat niet bekend is (men zij gewaarschuwd).
Tegen middernacht drinke men zoveel men kan en ervare dat het werkt, want nimmer heeft iemand vergeten dat hij deze drank gedronken heeft!
(Dat het u veel wijsheid brenge moge...)
dinsdag 6 december 2016
zaterdag 3 december 2016
SMS sinteklaas (Sinterklaasgedicht)
(Geschreven Jul 21, '08)
Zullen er straks nog wel schrijvers en dichters zijn?
Want met die SMS-taal kun je niet veel kanten op.
Sinterklaas rijmpjes worden dan natuurlijk ook onbegrijpelijk:
_______________________________________________
sinteklaas d gryze zak
zat met Piit op t dak
zoeke naar kado foor jou kan nie
want luister heele dag naar mp3
so sint en piit kom na beneje
se paard is al in de tuin gegleje
alle pakkies over de vloer
je kryg van my geen ene .....
___________________________________
Met goed fatsoen kon ik er niet onderuit en heb
het Sinterklaas rijmpje vertaald naar ABN:
___________________________________
Sint Nikolaas de oude kapoen
zat op zijn paard en had veel te doen
met zijn zwarte pieterbaas en een grote zak,
liepen zij stapvoets van dak tot dak.
Wat zal zich in die zak voor moois bevinden,
vraag ik mij af voor mijn beminde...
Een gouden ring of chocolade poen?
Zelf hoor ik liever de hele dag MP3's spelen
Wat jij er van vindt kan mij niet veel schelen.
Sinterklaas, misschien kunt u haar iets geven
want van mijn bijstand is weinig overgebleven.
Het paard van Sint dat steigerde toen boos
en viel pardoes van het dak met alle kado's!
Wie moeten nu al die pakjes vergeven?
Zullen er straks nog wel schrijvers en dichters zijn?
Want met die SMS-taal kun je niet veel kanten op.
Sinterklaas rijmpjes worden dan natuurlijk ook onbegrijpelijk:
_______________________________________________
sinteklaas d gryze zak
zat met Piit op t dak
zoeke naar kado foor jou kan nie
want luister heele dag naar mp3
so sint en piit kom na beneje
se paard is al in de tuin gegleje
alle pakkies over de vloer
je kryg van my geen ene .....
___________________________________
Met goed fatsoen kon ik er niet onderuit en heb
het Sinterklaas rijmpje vertaald naar ABN:
___________________________________
Sint Nikolaas de oude kapoen
zat op zijn paard en had veel te doen
met zijn zwarte pieterbaas en een grote zak,
liepen zij stapvoets van dak tot dak.
Wat zal zich in die zak voor moois bevinden,
vraag ik mij af voor mijn beminde...
Een gouden ring of chocolade poen?
Zelf hoor ik liever de hele dag MP3's spelen
Wat jij er van vindt kan mij niet veel schelen.
Sinterklaas, misschien kunt u haar iets geven
want van mijn bijstand is weinig overgebleven.
Het paard van Sint dat steigerde toen boos
en viel pardoes van het dak met alle kado's!
Wie moeten nu al die pakjes vergeven?
zaterdag 26 november 2016
Zaterdagbaantje (horror AL)
(Geschreven: 26 Nov 2016 / Waar gebeurd 1970)
Ik zal zo begin 16 geweest zijn toen een vriendin op het idee kwam om een baantje voor de zaterdag te nemen. Ze had eens nagevraagd en er was voor mij ook wel een plaatsje vrij. Het duurde nog een paar maanden voor ik aan mijn interne stageperiode kon beginnen als inrichtingsassistente dus ik had nog even tijd. We konden terecht bij de Albert Hein in de nieuwbouwbuurt.
De vriendin mocht achter de kassa want zij had ULO en ik mocht om te beginnen tassen inpakken. Daar baalde ik wel behoorlijk van maar - ik wil mezelf niet op de borst kloppen - ik was er wel goed in! Nog steeds weet ik 2 keer zoveel boodschappen in een tas te puzzelen als een ander, zo zie je maar waar een mens allemaal geen gemak van kan hebben. Het heeft iets te maken met ruimtelijk inzicht, een eigenschap die men voornamelijk aan jongens toedicht maar waarvoor nooit de juiste tests zijn uitgevoerd, namelijk boodschappentassen inpakken!
Ondanks die gave hoefde ik toch niet zo lang tassen in te pakken en mocht ik doorstromen naar de gebakafdeling! Dat was tenminste een echt baantje, ik hield zelf niet zo van gebak en snoep dus ze konden er geen betere voor uitkiezen. Het was in het begin best wel eng al die mensen voor je toonbank maar gaandeweg begon het te wennen en werd ik zelfs gepromoveerd!
Dit keer naar de vleeswarenafdeling! Ik moet er wel even bij vertellen dat deze afdeling zich pal naast de gebakafdeling bevond, slechts gescheiden door een houten tussenwand waar aan de voorzijde planken met koekjes en chocolade waren uitgestald. Het voordeel van die wand was dat zowel de meisjes van het gebak als die van de vleeswaren zich daar bij tijd en wijle achter konden terugtrekken om even bij te komen en te kletsen natuurlijk.
Het werk bij de vleeswaren was een stuk omslachtiger dan een slagroomcake in een kartonnen doos schuiven. Diverse machines kwamen hierbij van pas om de hompen vlees in kleinere porties te verdelen. Plakjes konden die maken, dunne plakjes, dikke plakjes, zo handig! Plakjes kon je namelijk makkelijk op elkaar stapelen en afwegen naar behoefte alvorens ze te verpakken.
Het was altijd druk op de zaterdag en er moesten veel plakjes worden afgesneden door de vleesmachines met hun grote, scherpe, ronddraaiende messen. Aan de slede waarop het vlees werd gelegd zat een handvat dat als je hem losliet altijd nog even door bleef glijden. Een uitgekiend systeem verlichtte de energieoverdracht van de arm naar het in beweging brengen van het mes. Eén armslag was genoeg om het grote mes een duizelingwekkend aantal toeren rond te laten draaien. Het waren echt mooie machines, goed bijgehouden ook, de assen gesmeerd en de messen vakkundig geslepen... Moeiteloos doorkliefden ze zonder enige terughoudendheid alle soorten vlees.
En dan wil het zomaar eens gebeuren dat - bijvoorbeeld door een oogafwijking waarvan ik toen niet wist dat ik die had of gewoon door een moment van lichte absence, wie zal het zeggen? - je zomaar iets meer vlees hebt versneden dan de bedoeling was, namelijk een stukje van jezelf. Gelukkig zijn die machines wel een beetje afgestemd op onhandige schoolmeisjes en was het bloedbad nog te overzien. Ik kon terecht bij de drogisterijafdeling waar pleisters voor het personeel gratis beschikbaar lagen. Wat ik nog niet wist was dat deze op zich niet zo bijzondere gebeurtenis zo zijn eigenaardige gevolgen had.
Het is nu eenmaal zo dat als je een stukje van jezelf kwijt bent, ook al is het nog zo klein, je behoorlijk uit je evenwicht kunt raken. Hoe moet je nu de hompen vlees vast houden met je kapotte vinger? De plakjes stapelen of de messen weer in beweging brengen? Welke vinger het ook is, je bent meteen onthand! Het resultaat hiervan was dat het niet lang duurde of ik kon voor de 2e keer een gratis pleister gaan halen! Ik grapte nog wat over mijn ongelukjes met de pleisterjongen en dapper ging ik zo gehavend als ik was weer de strijd aan met de snijmachine. Helaas delfde ik het onderspit en liep ik aan het einde van de middag met zeker zes pleisters om mijn vingers, wat op zich natuurlijk wel een koddig gezicht was. Wat ik echter niet had voorzien was dat mijn 'roem' me ondertussen begon te achtervolgen...
Een week later waren mijn wonden ondertussen geheeld (ik genees tamelijk snel) en stond niets me meer in de weg om er weer een vrolijke dag van te maken want werken kan ook leuk zijn! Het leuke gedeelte speelde zich voornamelijk af achter de schermen en in dit geval achter de houten tussenwand. Die wand met koekjes en in zakjes verpakte bonbons die te kijk stonden tussen het gebak en de vleeswaren. Die wand waar ik het al eerder over had...
Het zal zo rond een uur of 4 geweest zijn, echt zo'n uur waarin je vaak in zo'n middagdip terecht komt. Zo'n tijdstip waarop je altijd even wilt bijkomen en wat luchthartige gesprekjes wilt voeren. Omdat er even geen klant was en het meisje van het gebak achter de tussenwand een kopje koffie nam wilde ik me er wel bijvoegen. Het was er tamelijk smal, ik kon er ternauwernood gemakkelijk in staan en probeerde me een houding te geven....
Langzaam hief ik mijn arm op tot boven mijn hoofd, ik draaide mijn hand naar links, waar de houten tussenwand zich bevond... mijn hand zweefde even en wees in de richting van de wand toen het ongelooflijke gebeurde; het was gewoon spookachtig maar zonder dat ik de wand aanraakte begon hij naar achteren te hellen, eerst langzaam en toen sneller tot hij over zijn dode punt heen kwam en met veel geraas in elkaar stortte. De metalen dragers en glazen planken kletterden over de vloer en van de koekjes en bonbons was ook niet veel meer over. Gelukkig raakten er geen klanten onder bedolven maar de schrik zat er duidelijk bij enkelen in. IJverig probeerde ik de boel weer op te ruimen.
De directie hield me sinds die tijd goed in de gaten en ik werd gedegradeerd tot kantinedienst! Dat was echt een rotbaantje want je deed het meestentijds alleen, maar ja, de centjes waren mooi meegenomen en het duurde toch niet lang meer. Ik probeerde me te schikken. Het contact tussen mij en mijn leidinggevende vlotte niet erg, haar taakverdeling stuitte me somtijds tegen de borst en zoals met veel leidinggevende vrouwen (ik zou er later nog meer ontmoeten) viel er niet echt over te discussiëren.
Ik vond het werk niet echt leuk meer maar ging toch, die zaterdag waarvan ik niet wist dat het mijn laatste zou zijn... Voordat ik die ochtend op weg naar mijn baantje toog waren er nog wat huiselijke voorvallen die het gebeuren ernstig zouden beïnvloeden. Het was zoals meestal op zaterdagochtend druk bij ons thuis, alle kinderen hadden vrij en wij waren geen langslapers. Ik had mijn spulletjes al bij elkaar gepakt in een klein, knalrood, plastic schoudertasje toen mijn op één na oudste broertje (die behoorlijk grappig kon zijn) mijn aandacht trok. Hij deed nogal wild en had veel praatjes, in zijn handen had hij geheimzinnige capsules liggen en hij lachte erbij. Ik had geen idee waar hij het over had en ook geen tijd om het te vragen dus zei ik: 'Geef mij er eens een!' Geen idee wat ik ermee moest maar dat was voor later. Ik gooide het dingetje in mijn haast in het tasje en ging snel weg waarbij ik het ook meteen alweer vergat.
Op mijn werk aangekomen was ik een beetje laat en stond alleen in de garderobe om mijn jas op te hangen en mijn haar wat in fatsoen te brengen. Ook waren daar de toiletten waar op dat moment geen gebruik van werd gemaakt (gelukkig zo bleek later). Snel liep ik naar de kantine, hopende dat ik niet gemist werd.
10 minuten later (zeker niet langer) kwam mijn leidinggevende op me af, ze keek zoals altijd niet vriendelijk maar dit keer was het pas goed mis aan haar gezicht te zien... wat had ik nu weer gedaan? Ze vroeg of ik in de garderobe geweest was, hetgeen ik niet ontkende. Dan was ik de laatste die zich daar had opgehouden, zei ze. Er hing een ondraaglijke stank in dat hok waar de duivel nog bang van zou worden, die zich door de hele winkel verspreidde, ook was er een toiletdeur beschadigd door een soort bijtend zuur... Waar had dat mens het in godsnaam over, vroeg ik me af. Ik moest direct mee om het te bekijken. Langzaam begon me wat te dagen.... die vreemde capsule die ik in mijn haast in mijn tasje had gegooid was een ware bom geweest! Een bom die per ongeluk uit mijn tas was gevallen toen ik mijn haarborstel pakte! Het was een stinkbom! Ik moest nog wel mijn werk afmaken voor die dag maar hoefde niet meer terug te komen....
Ik zal zo begin 16 geweest zijn toen een vriendin op het idee kwam om een baantje voor de zaterdag te nemen. Ze had eens nagevraagd en er was voor mij ook wel een plaatsje vrij. Het duurde nog een paar maanden voor ik aan mijn interne stageperiode kon beginnen als inrichtingsassistente dus ik had nog even tijd. We konden terecht bij de Albert Hein in de nieuwbouwbuurt.
De vriendin mocht achter de kassa want zij had ULO en ik mocht om te beginnen tassen inpakken. Daar baalde ik wel behoorlijk van maar - ik wil mezelf niet op de borst kloppen - ik was er wel goed in! Nog steeds weet ik 2 keer zoveel boodschappen in een tas te puzzelen als een ander, zo zie je maar waar een mens allemaal geen gemak van kan hebben. Het heeft iets te maken met ruimtelijk inzicht, een eigenschap die men voornamelijk aan jongens toedicht maar waarvoor nooit de juiste tests zijn uitgevoerd, namelijk boodschappentassen inpakken!
Ondanks die gave hoefde ik toch niet zo lang tassen in te pakken en mocht ik doorstromen naar de gebakafdeling! Dat was tenminste een echt baantje, ik hield zelf niet zo van gebak en snoep dus ze konden er geen betere voor uitkiezen. Het was in het begin best wel eng al die mensen voor je toonbank maar gaandeweg begon het te wennen en werd ik zelfs gepromoveerd!
Dit keer naar de vleeswarenafdeling! Ik moet er wel even bij vertellen dat deze afdeling zich pal naast de gebakafdeling bevond, slechts gescheiden door een houten tussenwand waar aan de voorzijde planken met koekjes en chocolade waren uitgestald. Het voordeel van die wand was dat zowel de meisjes van het gebak als die van de vleeswaren zich daar bij tijd en wijle achter konden terugtrekken om even bij te komen en te kletsen natuurlijk.
Het werk bij de vleeswaren was een stuk omslachtiger dan een slagroomcake in een kartonnen doos schuiven. Diverse machines kwamen hierbij van pas om de hompen vlees in kleinere porties te verdelen. Plakjes konden die maken, dunne plakjes, dikke plakjes, zo handig! Plakjes kon je namelijk makkelijk op elkaar stapelen en afwegen naar behoefte alvorens ze te verpakken.
Het was altijd druk op de zaterdag en er moesten veel plakjes worden afgesneden door de vleesmachines met hun grote, scherpe, ronddraaiende messen. Aan de slede waarop het vlees werd gelegd zat een handvat dat als je hem losliet altijd nog even door bleef glijden. Een uitgekiend systeem verlichtte de energieoverdracht van de arm naar het in beweging brengen van het mes. Eén armslag was genoeg om het grote mes een duizelingwekkend aantal toeren rond te laten draaien. Het waren echt mooie machines, goed bijgehouden ook, de assen gesmeerd en de messen vakkundig geslepen... Moeiteloos doorkliefden ze zonder enige terughoudendheid alle soorten vlees.
En dan wil het zomaar eens gebeuren dat - bijvoorbeeld door een oogafwijking waarvan ik toen niet wist dat ik die had of gewoon door een moment van lichte absence, wie zal het zeggen? - je zomaar iets meer vlees hebt versneden dan de bedoeling was, namelijk een stukje van jezelf. Gelukkig zijn die machines wel een beetje afgestemd op onhandige schoolmeisjes en was het bloedbad nog te overzien. Ik kon terecht bij de drogisterijafdeling waar pleisters voor het personeel gratis beschikbaar lagen. Wat ik nog niet wist was dat deze op zich niet zo bijzondere gebeurtenis zo zijn eigenaardige gevolgen had.
Het is nu eenmaal zo dat als je een stukje van jezelf kwijt bent, ook al is het nog zo klein, je behoorlijk uit je evenwicht kunt raken. Hoe moet je nu de hompen vlees vast houden met je kapotte vinger? De plakjes stapelen of de messen weer in beweging brengen? Welke vinger het ook is, je bent meteen onthand! Het resultaat hiervan was dat het niet lang duurde of ik kon voor de 2e keer een gratis pleister gaan halen! Ik grapte nog wat over mijn ongelukjes met de pleisterjongen en dapper ging ik zo gehavend als ik was weer de strijd aan met de snijmachine. Helaas delfde ik het onderspit en liep ik aan het einde van de middag met zeker zes pleisters om mijn vingers, wat op zich natuurlijk wel een koddig gezicht was. Wat ik echter niet had voorzien was dat mijn 'roem' me ondertussen begon te achtervolgen...
Een week later waren mijn wonden ondertussen geheeld (ik genees tamelijk snel) en stond niets me meer in de weg om er weer een vrolijke dag van te maken want werken kan ook leuk zijn! Het leuke gedeelte speelde zich voornamelijk af achter de schermen en in dit geval achter de houten tussenwand. Die wand met koekjes en in zakjes verpakte bonbons die te kijk stonden tussen het gebak en de vleeswaren. Die wand waar ik het al eerder over had...
Het zal zo rond een uur of 4 geweest zijn, echt zo'n uur waarin je vaak in zo'n middagdip terecht komt. Zo'n tijdstip waarop je altijd even wilt bijkomen en wat luchthartige gesprekjes wilt voeren. Omdat er even geen klant was en het meisje van het gebak achter de tussenwand een kopje koffie nam wilde ik me er wel bijvoegen. Het was er tamelijk smal, ik kon er ternauwernood gemakkelijk in staan en probeerde me een houding te geven....
Langzaam hief ik mijn arm op tot boven mijn hoofd, ik draaide mijn hand naar links, waar de houten tussenwand zich bevond... mijn hand zweefde even en wees in de richting van de wand toen het ongelooflijke gebeurde; het was gewoon spookachtig maar zonder dat ik de wand aanraakte begon hij naar achteren te hellen, eerst langzaam en toen sneller tot hij over zijn dode punt heen kwam en met veel geraas in elkaar stortte. De metalen dragers en glazen planken kletterden over de vloer en van de koekjes en bonbons was ook niet veel meer over. Gelukkig raakten er geen klanten onder bedolven maar de schrik zat er duidelijk bij enkelen in. IJverig probeerde ik de boel weer op te ruimen.
De directie hield me sinds die tijd goed in de gaten en ik werd gedegradeerd tot kantinedienst! Dat was echt een rotbaantje want je deed het meestentijds alleen, maar ja, de centjes waren mooi meegenomen en het duurde toch niet lang meer. Ik probeerde me te schikken. Het contact tussen mij en mijn leidinggevende vlotte niet erg, haar taakverdeling stuitte me somtijds tegen de borst en zoals met veel leidinggevende vrouwen (ik zou er later nog meer ontmoeten) viel er niet echt over te discussiëren.
Ik vond het werk niet echt leuk meer maar ging toch, die zaterdag waarvan ik niet wist dat het mijn laatste zou zijn... Voordat ik die ochtend op weg naar mijn baantje toog waren er nog wat huiselijke voorvallen die het gebeuren ernstig zouden beïnvloeden. Het was zoals meestal op zaterdagochtend druk bij ons thuis, alle kinderen hadden vrij en wij waren geen langslapers. Ik had mijn spulletjes al bij elkaar gepakt in een klein, knalrood, plastic schoudertasje toen mijn op één na oudste broertje (die behoorlijk grappig kon zijn) mijn aandacht trok. Hij deed nogal wild en had veel praatjes, in zijn handen had hij geheimzinnige capsules liggen en hij lachte erbij. Ik had geen idee waar hij het over had en ook geen tijd om het te vragen dus zei ik: 'Geef mij er eens een!' Geen idee wat ik ermee moest maar dat was voor later. Ik gooide het dingetje in mijn haast in het tasje en ging snel weg waarbij ik het ook meteen alweer vergat.
Op mijn werk aangekomen was ik een beetje laat en stond alleen in de garderobe om mijn jas op te hangen en mijn haar wat in fatsoen te brengen. Ook waren daar de toiletten waar op dat moment geen gebruik van werd gemaakt (gelukkig zo bleek later). Snel liep ik naar de kantine, hopende dat ik niet gemist werd.
10 minuten later (zeker niet langer) kwam mijn leidinggevende op me af, ze keek zoals altijd niet vriendelijk maar dit keer was het pas goed mis aan haar gezicht te zien... wat had ik nu weer gedaan? Ze vroeg of ik in de garderobe geweest was, hetgeen ik niet ontkende. Dan was ik de laatste die zich daar had opgehouden, zei ze. Er hing een ondraaglijke stank in dat hok waar de duivel nog bang van zou worden, die zich door de hele winkel verspreidde, ook was er een toiletdeur beschadigd door een soort bijtend zuur... Waar had dat mens het in godsnaam over, vroeg ik me af. Ik moest direct mee om het te bekijken. Langzaam begon me wat te dagen.... die vreemde capsule die ik in mijn haast in mijn tasje had gegooid was een ware bom geweest! Een bom die per ongeluk uit mijn tas was gevallen toen ik mijn haarborstel pakte! Het was een stinkbom! Ik moest nog wel mijn werk afmaken voor die dag maar hoefde niet meer terug te komen....
vrijdag 18 november 2016
Onbijvoeglijk.... (een brommerongeluk)
(Geschreven: 18 juli 2008 / Waargebeurd)
Ik kijk naar de brommer en denk, 'Daar staat hij dan, onze brommer, ons voertuig door de vrijheid'. Je kunt je natuurlijk ook anders naar en door de vrijheid verplaatsen maar wij verkiezen de brommer. Terwijl anderen zich per auto omgeven door plaatstaal een heenkomen zoeken tuffen wij dwars door polders, weilanden en buitenlucht. Zelden een kaart ter hand nemend laat staan dat Tomtom meegaat. Verdwalen doen we dan ook geregeld en als in velden nog wegen geen bebouwing meer waarneembaar is en wolken zich samenpakken kunnen huwelijken zwaar beproefd worden.
Zover kwam het niet die dag, op weg naar waar dan ook in de zomer van 1998, die dag dat na één kwartiertje rijden door de weilanden van Noord-Holland onze brommer plotseling zijn motorblok verloor. Terwijl niets ons uitje in de weg leek te staan werden wij overdonderd door een knal. De motor blokkeerde en wij kwamen met een slip in de berm tot stilstand. Daar lagen we dan, onder de brommer in het gras. Het was bovennatuurlijk dat we niets hadden gebroken maar je moest er niet aan denken als dat in de stad was gebeurd! Onze Aprillia (roodgelakt) die een snelheid van 70 km p.u. kon bereiken en die we zelf hadden aangepast met een passagierszadel was helemaal aan gort. De motorophanging was finaal afgebroken! De rijwielhersteller die we hadden gebeld bij een boerderij kwam ons en de brommer ophalen. Bij aankomst in de winkel hebben we meteen een nieuwe aangeschaft - een Honda dit keer - want het was vakantie en we konden niet zonder.
Helaas waren we niet verzekerd voor de brommer uit 1995. Een inruilwaarde konden we krijgen maar dat zette geen zoden aan de dijk. Brieven naar de importeur hadden ook niet geholpen. De brommer was zelfs opgestuurd en ter controle aangeboden maar Aprillia trof geen blaam beweerden ze bij hoog en laag.
Wat was er nu onbijvoeglijk? - Alles! Er staan namelijk geen bijvoeglijk naamwoorden in.
Het was een experiment om erachter te komen of het mogelijk is om een verhaaltje zonder bijvoeglijk naamwoorden te schrijven. Het was niet makkelijk en misschien heb ik er een over het hoofd gezien.
Ik kijk naar de brommer en denk, 'Daar staat hij dan, onze brommer, ons voertuig door de vrijheid'. Je kunt je natuurlijk ook anders naar en door de vrijheid verplaatsen maar wij verkiezen de brommer. Terwijl anderen zich per auto omgeven door plaatstaal een heenkomen zoeken tuffen wij dwars door polders, weilanden en buitenlucht. Zelden een kaart ter hand nemend laat staan dat Tomtom meegaat. Verdwalen doen we dan ook geregeld en als in velden nog wegen geen bebouwing meer waarneembaar is en wolken zich samenpakken kunnen huwelijken zwaar beproefd worden.
Zover kwam het niet die dag, op weg naar waar dan ook in de zomer van 1998, die dag dat na één kwartiertje rijden door de weilanden van Noord-Holland onze brommer plotseling zijn motorblok verloor. Terwijl niets ons uitje in de weg leek te staan werden wij overdonderd door een knal. De motor blokkeerde en wij kwamen met een slip in de berm tot stilstand. Daar lagen we dan, onder de brommer in het gras. Het was bovennatuurlijk dat we niets hadden gebroken maar je moest er niet aan denken als dat in de stad was gebeurd! Onze Aprillia (roodgelakt) die een snelheid van 70 km p.u. kon bereiken en die we zelf hadden aangepast met een passagierszadel was helemaal aan gort. De motorophanging was finaal afgebroken! De rijwielhersteller die we hadden gebeld bij een boerderij kwam ons en de brommer ophalen. Bij aankomst in de winkel hebben we meteen een nieuwe aangeschaft - een Honda dit keer - want het was vakantie en we konden niet zonder.
Helaas waren we niet verzekerd voor de brommer uit 1995. Een inruilwaarde konden we krijgen maar dat zette geen zoden aan de dijk. Brieven naar de importeur hadden ook niet geholpen. De brommer was zelfs opgestuurd en ter controle aangeboden maar Aprillia trof geen blaam beweerden ze bij hoog en laag.
Wat was er nu onbijvoeglijk? - Alles! Er staan namelijk geen bijvoeglijk naamwoorden in.
Het was een experiment om erachter te komen of het mogelijk is om een verhaaltje zonder bijvoeglijk naamwoorden te schrijven. Het was niet makkelijk en misschien heb ik er een over het hoofd gezien.
vrijdag 27 mei 2016
Jets en Joep in de stad... (deel 1)
(Origineel 17 Jul 2008 / Waar gebeurd)
Voor de kinderen - Woorden tussen '...' dienen wellicht geëxpliqueerd te worden.
-- Deel 1 - In de Gitaarwinkel
Jets was al vroeg opgestaan die ochtend, terwijl ze de avond tevoren toch behoorlijk wat 'spiritualiën' (alcohol houdende dranken) achterover geslagen had. Al piekerend over de grote levensvragen pakte ze haar nieuwe gitaar in. Samen met Joep zou ze de stad in gaan. Nee, niet om op te treden zoals je misschien zou denken maar om naar de gitaarstemmer te gaan. Gitaarstemmers komen namelijk niet aan huis zoals pianostemmers dat doen. Je snapt natuurlijk wel waarom? Zo'n piano is natuurlijk veel te zwaar om op je rug te binden! Jets had een mooie waterdichte rugtas die ook nog eens de vorm van een gitaar had. Wat een grappig gezicht was dat! Voor een piano zou je dan wel een héél grote tas nodig hebben hé?
"Kom Joep!" zei Jets. "Het is 10 uur en de gitaarwinkel zal nu wel open zijn." Samen gingen ze op de scooter op weg. "Als het nu maar niet gaat regenen", dacht Jets toen ze al enkele spatjes voelde. Joep reed snel door en ze parkeerden de brommer vlak voor de spaarbank, dát was handig want daar moest Jets ook nog even naar binnen. De gitaarwinkel was vlakbij en ze waren gelukkig net op tijd binnen voor de regenbui losbarstte.
"Goedemorgen!... U komt uw gitaar brengen? Gaat u maar naar boven", zei de winkeljuffrouw en wees naar een smalle, donkere trap. Met enige moeite lukte het Jets om zich samen met de gitaar naar boven te hijsen.
"Dag mijnheer de gitaarstemmer," zei Jets.
"Ha, ha, ha," lachte de vriendelijke man. "Nee hoor mevrouw, ik ben de gitaarstemmer niet, ik repareer ze alleen. Het stemmen moet u zelf doen, ha, ha, ha!".
"Wat doe ik hier dan met mijn gitaar op mijn rug?", vroeg Jets.
"Nou..", zei Joep die ook mee naar boven was geslopen.
"De snaren stonden te hoog op de gitaarhals en toen kon je ze heel moeilijk indrukken! Ik heb nog gevraagd of ik het 'zadel' wat moest afschaven maar dat wilde je niet."
"Nee, want je hebt helemaal geen verstand van gitaren", zei Jets tamelijk 'gepikeerd'.
"Geeft u hem maar hier mevrouw, wij zullen dat keurig voor u in orde maken en aan het eind van de middag is hij klaar."
Terwijl de man de gitaarhals lang en aandachtig bestudeerde vertrokken Jets en Joep weer naar buiten.
"Ai!!". Oh, jee... daar struikelde Jets over een paar treden op de smalle trap...! Gelukkig kon Joep die altijd achter haar liep haar nog op tijd bij de kraag vatten. Kuchend en blauw aangelopen kwam Jets zo alsnog heelhuids beneden. Wat moest ze toch zonder Joep beginnen?
Buiten was het regenen gestopt en Jets en Joep vroegen zich af of ze niet de hele dag in de stad konden blijven. Aan het eind van de middag konden ze dan de gitaar weer ophalen en mee naar huis nemen. Zou dat ze lukken denken jullie?...
Dat kunnen jullie lezen in de volgende afleveringen van Jets en Joep:
Deel 2 - Jets en Joep in de broodjeszaak - waar Jets een fantasieloos broodje gezond at en Joep dit aan de broodjesbakker vertelde.
Deel 3 - Jets en Joep in de Turkse winkel - waar Jets spullen koopt voor een bijzondere maaltijd maar geen tas heeft en Joep daarom de pompoen moet dragen.
Deel 3 - Jets en Joep in de Nietjeswinkel - waar Jets een doosje nietjes koopt van goede kwaliteit maar iets te groot.
Deel 4 - Jets en Joep in de Camerawinkel - waar Joep een mevrouw helpt een camera te kopen die ze niet kocht.
Deel 5 - Jets en Joep in de Witgoedwinkel - waar Jets advies gaf in koken met de magnetron aan 2 oude oma's.
Deel 6 - Jets en Joep bij de Bank - waar Jets weer een geval apart bleek en de tijd vol babbelde met een bankmedewerkster die zich toch stond te vervelen en dacht dat Joep misschien een zwerver was.
Deel 7 - Jets en Joep in de gitaarwinkel (2) - Zie deel 1 maar dan in omgekeerde volgorde.
Voor de kinderen - Woorden tussen '...' dienen wellicht geëxpliqueerd te worden.
-- Deel 1 - In de Gitaarwinkel
Jets was al vroeg opgestaan die ochtend, terwijl ze de avond tevoren toch behoorlijk wat 'spiritualiën' (alcohol houdende dranken) achterover geslagen had. Al piekerend over de grote levensvragen pakte ze haar nieuwe gitaar in. Samen met Joep zou ze de stad in gaan. Nee, niet om op te treden zoals je misschien zou denken maar om naar de gitaarstemmer te gaan. Gitaarstemmers komen namelijk niet aan huis zoals pianostemmers dat doen. Je snapt natuurlijk wel waarom? Zo'n piano is natuurlijk veel te zwaar om op je rug te binden! Jets had een mooie waterdichte rugtas die ook nog eens de vorm van een gitaar had. Wat een grappig gezicht was dat! Voor een piano zou je dan wel een héél grote tas nodig hebben hé?
"Kom Joep!" zei Jets. "Het is 10 uur en de gitaarwinkel zal nu wel open zijn." Samen gingen ze op de scooter op weg. "Als het nu maar niet gaat regenen", dacht Jets toen ze al enkele spatjes voelde. Joep reed snel door en ze parkeerden de brommer vlak voor de spaarbank, dát was handig want daar moest Jets ook nog even naar binnen. De gitaarwinkel was vlakbij en ze waren gelukkig net op tijd binnen voor de regenbui losbarstte.
"Goedemorgen!... U komt uw gitaar brengen? Gaat u maar naar boven", zei de winkeljuffrouw en wees naar een smalle, donkere trap. Met enige moeite lukte het Jets om zich samen met de gitaar naar boven te hijsen.
"Dag mijnheer de gitaarstemmer," zei Jets.
"Ha, ha, ha," lachte de vriendelijke man. "Nee hoor mevrouw, ik ben de gitaarstemmer niet, ik repareer ze alleen. Het stemmen moet u zelf doen, ha, ha, ha!".
"Wat doe ik hier dan met mijn gitaar op mijn rug?", vroeg Jets.
"Nou..", zei Joep die ook mee naar boven was geslopen.
"De snaren stonden te hoog op de gitaarhals en toen kon je ze heel moeilijk indrukken! Ik heb nog gevraagd of ik het 'zadel' wat moest afschaven maar dat wilde je niet."
"Nee, want je hebt helemaal geen verstand van gitaren", zei Jets tamelijk 'gepikeerd'.
"Geeft u hem maar hier mevrouw, wij zullen dat keurig voor u in orde maken en aan het eind van de middag is hij klaar."
Terwijl de man de gitaarhals lang en aandachtig bestudeerde vertrokken Jets en Joep weer naar buiten.
"Ai!!". Oh, jee... daar struikelde Jets over een paar treden op de smalle trap...! Gelukkig kon Joep die altijd achter haar liep haar nog op tijd bij de kraag vatten. Kuchend en blauw aangelopen kwam Jets zo alsnog heelhuids beneden. Wat moest ze toch zonder Joep beginnen?
Buiten was het regenen gestopt en Jets en Joep vroegen zich af of ze niet de hele dag in de stad konden blijven. Aan het eind van de middag konden ze dan de gitaar weer ophalen en mee naar huis nemen. Zou dat ze lukken denken jullie?...
Dat kunnen jullie lezen in de volgende afleveringen van Jets en Joep:
Deel 2 - Jets en Joep in de broodjeszaak - waar Jets een fantasieloos broodje gezond at en Joep dit aan de broodjesbakker vertelde.
Deel 3 - Jets en Joep in de Turkse winkel - waar Jets spullen koopt voor een bijzondere maaltijd maar geen tas heeft en Joep daarom de pompoen moet dragen.
Deel 3 - Jets en Joep in de Nietjeswinkel - waar Jets een doosje nietjes koopt van goede kwaliteit maar iets te groot.
Deel 4 - Jets en Joep in de Camerawinkel - waar Joep een mevrouw helpt een camera te kopen die ze niet kocht.
Deel 5 - Jets en Joep in de Witgoedwinkel - waar Jets advies gaf in koken met de magnetron aan 2 oude oma's.
Deel 6 - Jets en Joep bij de Bank - waar Jets weer een geval apart bleek en de tijd vol babbelde met een bankmedewerkster die zich toch stond te vervelen en dacht dat Joep misschien een zwerver was.
Deel 7 - Jets en Joep in de gitaarwinkel (2) - Zie deel 1 maar dan in omgekeerde volgorde.
maandag 23 mei 2016
Tochtje met de Lift.... (onvergetelijk avontuur)
(Geschreven Jan 28, '07 / Waargebeurd)
We (Ik en R.) waren naar de markt geweest en wilden nog even koffie drinken bij mijn zus. Ze woont daar dichtbij in een flat op de eerste verdieping op een hoekje. Toch is het niet altijd eenvoudig om daar binnen te komen: 'Zullen we buitenom (sneller) of via de hoofdingang (warmer) naar binnen gaan?' Wij besloten via de hoofdingang te gaan. Dan móét je wel met de lift want een trap is daar niet ook al moet je maar naar de 1e verdieping.
Bij binnenkomst kwam de lift reeds naar beneden en stonden er 2 jongelui met fietsen klaar om er gebruik van te maken. Ik had ze even tevoren al gevraagd waar de reis naar toe ging - ze moesten nog een eindje - zeiden ze. Wij gaan nooit met de lift omdat we op de eerste etage wonen en weten hoe vaak zo'n ding stil kan blijven hangen op punten waar geen ontsnappen meer mogelijk is! Dat risico durfden we in een opwelling van overmoed te nemen en we besloten in te stappen.
Ik had mij tussen de fietsen in de lift geperst maar R. zag het vervolgens toch niet zo zitten om daarbij gepropt te worden en wachtte liever op de volgende rit. Zodoende moest ik alleen op reis, gegarandeerd dat er dan iets fout gaat...
Ik vertelde dat ik naar één hoog wilde maar de reis eindigde natuurlijk toch op de 8e verdieping! De jongelui waren niet te beroerd om mij uit te leggen dat ik alleen maar op het knopje met de 1 hoefde te drukken om terug te keren naar de gewenste eindbestemming.
Boven aangekomen moest ik er als eerste uit omdat anders de fietsen er niet uit konden, door van die enge automatische schuifdeurtjes die je ook altijd in films ziet. Nu, deze deurtjes schoven ook direct weer dicht nog voor ik de kans kreeg om weer naar binnen te stappen en suisde verder naar beneden zonder mij!
Ik kan je vertellen dat als op zo'n moment een paar jongeren je met veel geduld uitgebreid gaan vertellen dat als je op het knopje met de pijl drukt de lift vanzelf weer naar boven komt, dat je je dan HEEL ERG OUD VOELT! Ze wensten me nog een prettige voortzetting van de reis en lieten me alleen. Bange voorgevoelens bekropen mij.
Ik drukte herhaaldelijk op de knop met de pijl maar er gingen geen veelbelovende lampjes branden. Uiteindelijk na geruime tijd, schoven plotseling geheel onverwachts toch de deurtjes open en ik wist niet hoe snel ik naar binnen moest springen (voor mijn leeftijd sprong ik nog behoorlijk soepel!).
Ik drukte op de grote knop met de 1 zoals ik zojuist geleerd had en warempel de lift zette zich in beweging en kwam daarna op een bepaald moment tot stilstand.
Onderwijl had ik het bedieningspaneel bestudeerd en daar twee knoppen op ontdekt die waarschijnlijk het openen en sluiten van de schuifdeurtjes zouden activeren. De Lift stopte en voordat die misschien weer naar onbekende bestemmingen verder zou suizen drukte ik snel op de knop waarvan ik hoopte dat deze de lift voor mij zou ontsluiten. Warempel, het was gelukt! Het deurtje schoof open en tegelijkertijd probeerde zich een persoon met een vuilniszak naar binnen te wurmen. Vlug ontsnapte ik naar buiten want om nu ook nog eens een reisje met een vuilnisvrouw te gaan maken daar had ik echt geen zin in!
Daar was de gang waar achterin mijn zus haar voordeur zich moest bevinden en ik belde aan... Waarom stond de deur niet voor me open? Waarom hing haar muurversiering er niet meer en waarom was het huisnummer van 49 opgelopen tot 151? Verkeerde verdieping!!! Hoe kon dat nu weer? Waar was ik? Waar had die lift me heen getransporteerd? Het was natuurlijk de schuld van die vuilnisvrouw waar bemoeide ze zich mee, zomaar mijn reis te onderbreken! Voor geen prijs ging ik die lift nog in, buitenom heb ik verder de trap naar beneden genomen. Ik had geen idee waar ik was dus moest bij elke trap kijken of ik al in de buurt van de begane grond kwam en bij elke etage nam ik mij voor om nooit meer alleen met de lift te gaan!
Eindelijk zag ik iets bekends - de deur stond open en de koffie klaar, daar was ik wel aan toe!
We (Ik en R.) waren naar de markt geweest en wilden nog even koffie drinken bij mijn zus. Ze woont daar dichtbij in een flat op de eerste verdieping op een hoekje. Toch is het niet altijd eenvoudig om daar binnen te komen: 'Zullen we buitenom (sneller) of via de hoofdingang (warmer) naar binnen gaan?' Wij besloten via de hoofdingang te gaan. Dan móét je wel met de lift want een trap is daar niet ook al moet je maar naar de 1e verdieping.
Bij binnenkomst kwam de lift reeds naar beneden en stonden er 2 jongelui met fietsen klaar om er gebruik van te maken. Ik had ze even tevoren al gevraagd waar de reis naar toe ging - ze moesten nog een eindje - zeiden ze. Wij gaan nooit met de lift omdat we op de eerste etage wonen en weten hoe vaak zo'n ding stil kan blijven hangen op punten waar geen ontsnappen meer mogelijk is! Dat risico durfden we in een opwelling van overmoed te nemen en we besloten in te stappen.
Ik had mij tussen de fietsen in de lift geperst maar R. zag het vervolgens toch niet zo zitten om daarbij gepropt te worden en wachtte liever op de volgende rit. Zodoende moest ik alleen op reis, gegarandeerd dat er dan iets fout gaat...
Ik vertelde dat ik naar één hoog wilde maar de reis eindigde natuurlijk toch op de 8e verdieping! De jongelui waren niet te beroerd om mij uit te leggen dat ik alleen maar op het knopje met de 1 hoefde te drukken om terug te keren naar de gewenste eindbestemming.
Boven aangekomen moest ik er als eerste uit omdat anders de fietsen er niet uit konden, door van die enge automatische schuifdeurtjes die je ook altijd in films ziet. Nu, deze deurtjes schoven ook direct weer dicht nog voor ik de kans kreeg om weer naar binnen te stappen en suisde verder naar beneden zonder mij!
Ik kan je vertellen dat als op zo'n moment een paar jongeren je met veel geduld uitgebreid gaan vertellen dat als je op het knopje met de pijl drukt de lift vanzelf weer naar boven komt, dat je je dan HEEL ERG OUD VOELT! Ze wensten me nog een prettige voortzetting van de reis en lieten me alleen. Bange voorgevoelens bekropen mij.
Ik drukte herhaaldelijk op de knop met de pijl maar er gingen geen veelbelovende lampjes branden. Uiteindelijk na geruime tijd, schoven plotseling geheel onverwachts toch de deurtjes open en ik wist niet hoe snel ik naar binnen moest springen (voor mijn leeftijd sprong ik nog behoorlijk soepel!).
Ik drukte op de grote knop met de 1 zoals ik zojuist geleerd had en warempel de lift zette zich in beweging en kwam daarna op een bepaald moment tot stilstand.
Onderwijl had ik het bedieningspaneel bestudeerd en daar twee knoppen op ontdekt die waarschijnlijk het openen en sluiten van de schuifdeurtjes zouden activeren. De Lift stopte en voordat die misschien weer naar onbekende bestemmingen verder zou suizen drukte ik snel op de knop waarvan ik hoopte dat deze de lift voor mij zou ontsluiten. Warempel, het was gelukt! Het deurtje schoof open en tegelijkertijd probeerde zich een persoon met een vuilniszak naar binnen te wurmen. Vlug ontsnapte ik naar buiten want om nu ook nog eens een reisje met een vuilnisvrouw te gaan maken daar had ik echt geen zin in!
Daar was de gang waar achterin mijn zus haar voordeur zich moest bevinden en ik belde aan... Waarom stond de deur niet voor me open? Waarom hing haar muurversiering er niet meer en waarom was het huisnummer van 49 opgelopen tot 151? Verkeerde verdieping!!! Hoe kon dat nu weer? Waar was ik? Waar had die lift me heen getransporteerd? Het was natuurlijk de schuld van die vuilnisvrouw waar bemoeide ze zich mee, zomaar mijn reis te onderbreken! Voor geen prijs ging ik die lift nog in, buitenom heb ik verder de trap naar beneden genomen. Ik had geen idee waar ik was dus moest bij elke trap kijken of ik al in de buurt van de begane grond kwam en bij elke etage nam ik mij voor om nooit meer alleen met de lift te gaan!
Eindelijk zag ik iets bekends - de deur stond open en de koffie klaar, daar was ik wel aan toe!
donderdag 19 mei 2016
Becijfering... (een bepeinzerij)
(Een getallen overpeinzing uit mei '83).
Aan de ouders van kinderen op de basisscholen wordt tegenwoordig vaak gevraagd hoe ze hun kind t.o.v. hun prestaties beoordeeld wensen te zien; in cijfers of in woorden. Is er soms iets mis met het oude cijfersysteem waardoor we ons voor dit dilemma zien geplaatst? Of is het een reactie op een paar jaren van povere pogingen om 'links' te denken? Cijfers worden tenslotte toch algemeen geassocieerd met 'rechtse' begrippen. Waarom eigenlijk? Omdat gelijktijdig met de opkomst van de verering voor al wat logisch was, het cijfer, dat van oorsprong een heel andere functie had, werd gebruikt als hèt symbool voor al wat concreet en materialistisch was.
In den beginne was het Woord en het woord werd Cijfer; woorden, waarden en waarheden werden bij elkaar opgeteld en zo verkreeg het cijfer zijn plaats die het momenteel inneemt, het resultaat uitgedrukt in cijfers, dat telt! En voor het gemak zijn we maar vergeten wat de som was, we zeggen gewoon dat één en één twee is, heel logisch dus, en we kloppen ons op de borst omdat zo slim zijn.
Ooit is er lang geleden iets fout gegaan, op een keer wist eigenlijk niemand meer wat ze precies aan die cijfers hadden, wat ze ook al weer voorstelden, en het volk werd onrustig. De aller slimsten besloten toen zelf cijfers te gaan maken en deze te ruilen voor wat de mensen vergeten waren, en ze noemden het 'geld'. Iedereen was dolgelukkig en ze wisten direct weer wat die cijfers betekenden want je kreeg weer 'waar' voor je cijfers. Wat voor "
'waar' dat deed er niet toe, als je het maar makkelijk op kon tellen... En heden ten dagen worden we alleen nog onrustig als ze vragen; "Hoe wilt u uw kind becijferd zien?".
Vreemd genoeg is het kind zelf best tevreden met cijfers, zolang hij ze niet hoeft op te tellen. Waarschijnlijk omdat een kind nog onbevangen tegenover het verschijnsel cijfer staat: een 5 is voor hem een hand of een voet en wat je daar allemaal niet mee doen kunt. Was dat in den beginne ook niet zo, dat achter elk cijfer het Woord school? In vele geloofsovertuigingen en de mystiek neemt het cijfer nog steeds een belangrijke plaats in, welke nu alleen nog begrepen wordt door ingewijden*, het magische cijfer waar we niets meer van willen weten, behalve als het om geluksgetallen gaat, waar we prijzen mee willen winnen. Wat te denken van de roulette dat alleen verliezers kent? Een laatste armzalige poging van de mens in het gevecht met het cijfer.
Willen we in deze tijd het cijfer handhaven dan zouden we ons bewuster moeten zijn van de positieve en negatieve aspecten ervan. Een functioneel gebruik van cijfers houdt in dat dat cijfer staat voor een getal, een getal dat concreet aangeeft dat het om een verzameling van op zich identieke vormen gaat ofwel dat het de plaats van een vorm aanduidt tussen zijn gelijken. Mits we gelijktijdig duidelijk maken wat die vorm inhoudt, kunnen we zo zonder problemen op een snelle manier velen onder één noemer brengen of onderscheid maken tussen aan elkaar verwante vormen.
Helaas, vaak zijn we geneigd aan cijfers waarden te gaan toekennen, de cijfers weer om te zetten in woorden, waarden en waarheden, en als we dit kunststukje volbracht hebben willen we dit weer becijferd zien. Waarom is dit niet meer te volgen? Omdat dit niet logisch meer is. Waarden worden individueel bepaald, hooguit door een groep gelijkgestemden, en zijn een verzameling van ongelijke gegevens op een abstracte manier in woorden en waarheden omgezet. Een waarde kan van alles zijn maar nooit een cijfer, zo kan een cijfer geen waarde vertegenwoordigen zonder verwarring te stichten.
En hoe zit dat nu met de becijfering voor personen? Dat gebeurt nog al eens, in talloze jury's en op vele scholen. Is dat nu zo'n ramp? Nee, niet zo. Slim als we zijn hebben we jury's samengesteld uit zo'n gevarieerd mogelijk gezelschap die zich dienen te houden aan vooraf besproken uitgangspunten. Het resultaat geeft noch een hoeveelheid noch een waarde aan, alleen een verschil in beoordeling. Zo ook met rapportcijfers, deze worden wel vaak door één individu bepaald maar het is weer een groep die daarvoor de regels heeft opgesteld. Rapportcijfers zijn niet meer als een code, elk cijfer is een synoniem geworden voor een woord, zoals: "goed", "voldoende", "matig" enz.. Een kind voelt zich daar prima bij en het feit dat cijfers iemand kunnen maken en breken, is niet te wijten aan het cijfer zelf, maar aan de wijze waarop volwassenen cijfers en waarden ge- en misbruiken.
*Ondertussen zijn we 33 jaar verder en zijn de inzichten wat spiritueler geworden.
Aan de ouders van kinderen op de basisscholen wordt tegenwoordig vaak gevraagd hoe ze hun kind t.o.v. hun prestaties beoordeeld wensen te zien; in cijfers of in woorden. Is er soms iets mis met het oude cijfersysteem waardoor we ons voor dit dilemma zien geplaatst? Of is het een reactie op een paar jaren van povere pogingen om 'links' te denken? Cijfers worden tenslotte toch algemeen geassocieerd met 'rechtse' begrippen. Waarom eigenlijk? Omdat gelijktijdig met de opkomst van de verering voor al wat logisch was, het cijfer, dat van oorsprong een heel andere functie had, werd gebruikt als hèt symbool voor al wat concreet en materialistisch was.
In den beginne was het Woord en het woord werd Cijfer; woorden, waarden en waarheden werden bij elkaar opgeteld en zo verkreeg het cijfer zijn plaats die het momenteel inneemt, het resultaat uitgedrukt in cijfers, dat telt! En voor het gemak zijn we maar vergeten wat de som was, we zeggen gewoon dat één en één twee is, heel logisch dus, en we kloppen ons op de borst omdat zo slim zijn.
Ooit is er lang geleden iets fout gegaan, op een keer wist eigenlijk niemand meer wat ze precies aan die cijfers hadden, wat ze ook al weer voorstelden, en het volk werd onrustig. De aller slimsten besloten toen zelf cijfers te gaan maken en deze te ruilen voor wat de mensen vergeten waren, en ze noemden het 'geld'. Iedereen was dolgelukkig en ze wisten direct weer wat die cijfers betekenden want je kreeg weer 'waar' voor je cijfers. Wat voor "
'waar' dat deed er niet toe, als je het maar makkelijk op kon tellen... En heden ten dagen worden we alleen nog onrustig als ze vragen; "Hoe wilt u uw kind becijferd zien?".
Vreemd genoeg is het kind zelf best tevreden met cijfers, zolang hij ze niet hoeft op te tellen. Waarschijnlijk omdat een kind nog onbevangen tegenover het verschijnsel cijfer staat: een 5 is voor hem een hand of een voet en wat je daar allemaal niet mee doen kunt. Was dat in den beginne ook niet zo, dat achter elk cijfer het Woord school? In vele geloofsovertuigingen en de mystiek neemt het cijfer nog steeds een belangrijke plaats in, welke nu alleen nog begrepen wordt door ingewijden*, het magische cijfer waar we niets meer van willen weten, behalve als het om geluksgetallen gaat, waar we prijzen mee willen winnen. Wat te denken van de roulette dat alleen verliezers kent? Een laatste armzalige poging van de mens in het gevecht met het cijfer.
Willen we in deze tijd het cijfer handhaven dan zouden we ons bewuster moeten zijn van de positieve en negatieve aspecten ervan. Een functioneel gebruik van cijfers houdt in dat dat cijfer staat voor een getal, een getal dat concreet aangeeft dat het om een verzameling van op zich identieke vormen gaat ofwel dat het de plaats van een vorm aanduidt tussen zijn gelijken. Mits we gelijktijdig duidelijk maken wat die vorm inhoudt, kunnen we zo zonder problemen op een snelle manier velen onder één noemer brengen of onderscheid maken tussen aan elkaar verwante vormen.
Helaas, vaak zijn we geneigd aan cijfers waarden te gaan toekennen, de cijfers weer om te zetten in woorden, waarden en waarheden, en als we dit kunststukje volbracht hebben willen we dit weer becijferd zien. Waarom is dit niet meer te volgen? Omdat dit niet logisch meer is. Waarden worden individueel bepaald, hooguit door een groep gelijkgestemden, en zijn een verzameling van ongelijke gegevens op een abstracte manier in woorden en waarheden omgezet. Een waarde kan van alles zijn maar nooit een cijfer, zo kan een cijfer geen waarde vertegenwoordigen zonder verwarring te stichten.
En hoe zit dat nu met de becijfering voor personen? Dat gebeurt nog al eens, in talloze jury's en op vele scholen. Is dat nu zo'n ramp? Nee, niet zo. Slim als we zijn hebben we jury's samengesteld uit zo'n gevarieerd mogelijk gezelschap die zich dienen te houden aan vooraf besproken uitgangspunten. Het resultaat geeft noch een hoeveelheid noch een waarde aan, alleen een verschil in beoordeling. Zo ook met rapportcijfers, deze worden wel vaak door één individu bepaald maar het is weer een groep die daarvoor de regels heeft opgesteld. Rapportcijfers zijn niet meer als een code, elk cijfer is een synoniem geworden voor een woord, zoals: "goed", "voldoende", "matig" enz.. Een kind voelt zich daar prima bij en het feit dat cijfers iemand kunnen maken en breken, is niet te wijten aan het cijfer zelf, maar aan de wijze waarop volwassenen cijfers en waarden ge- en misbruiken.
*Ondertussen zijn we 33 jaar verder en zijn de inzichten wat spiritueler geworden.
De Werkplek ... (een verhaaltje)
(Oorspronkelijk: 'Initiatief' - Juni '83 / een idee).
Niet zo erg lang geleden raakte ik in gesprek met iemand die het tótáál niet meer zag zitten; "Hij behoorde", zo vertelde hij, "tot een grote groep mensen die geen toekomst meer hadden".
"Ach wat!" zei ik toen in een poging hem op te monteren, "toekomst genoeg, als je maar om je heen kijkt!" Integendeel, na mij even meewarig aangekeken te hebben, liep hij met terneergeslagen ogen weg. Mij in gepeins achterlatend.
Ik dacht aan al die mensen die zo de hele dag naar hun schoenen liepen te staren en aan het feit dat ze daar beslist niet vrolijker van werden. Want welke schoen lacht je vandaag de dag nog vrolijk glimmend tegemoet? In dit heldere ogenblik staakte ik mijn gemijmer en ging over tot een meer actievere gedachtegang.
Ik zag een taak voor me weggelegd èn een gat in de markt, letterlijk en figuurlijk; schoenpoetster zou ik worden! Op de zaterdagmarkt zou ik gaan staan en scheppen guldens verdienen. Wie heeft dààr geen piek voor over, om binnen 3 min. weer op prachtig gepoetste schoenen rond te lopen? Het bespaart je ook nog een paar smerige handen en sokken, tijd en dure schijnpoetsmiddelen (dat zijn van die vlugpoetsmiddelen: in 1 minuut erop en in 5 minuten er weer af). De echte schoensmeer verlengt de levensduur van een paar schoenen tot minstens 5 maal en als iedereen er op een gegeven moment zo blij gepoetst bij loopt zal dat ook z'n uitwerking op het milieu hebben! Niemand wil meer onprettig verrast worden door honden uitwerpselen, klodders mayonaise, kauwgom en wat we nog meer geneigd zijn om ons heen te slingeren.
Het enige wat ik nodig had om dit grootse idee tot uitvoering te brengen was: één m2 staan/zitplaats, gemarkeerd door een kokosmat (daar glijd je niet op uit en dat gaat ook op straatstenen 30 jaar mee), een klapstoeltje, wat oude lappen en echte schoensmeer.
Ik verheugde me al op de bewondering en waardering die ik in mijn gezin zou oogsten, als ik dat van mijn plan op de hoogte zou brengen. Maar, zover was ik nog niet, eerst volgden er nog maanden van research. Wekelijks liep ik over de markt op zoek naar een strategische plek, voor mezelf èn voor de paar mud modder die ik van plan was op verschillende punten uit te storten teneinde de eerste toeloop wat te bevorderen. Uiteindelijk had ik het hele plan uitgewerkt. Alles stond netjes in een foliootje genoteerd en ik achtte de tijd rijp mijn man van mijn voornemens in kennis te stellen.
Zijn reactie was ronduit gezegd tamelijk teleurstellend, i.p.v. mij waarderend op de schouders te kloppen, zei hij heel koeltjes: "Als er volgens mij één persoon in Alkmaar e.o. is die een gruwelijke hekel aan schoenpoetsen heeft, dan ben jij dat wel!"
Dàt was ik helemaal vergeten! Ik herstelde me een beetje en opperde: "Dan kun jij m'n compagnon wel worden en delen in de winst!"... Geen antwoord.
3 uur later, terwijl ik nog zat na te denken over dit euvel, klonk het vanuit het duister (ik had m'n ogen dicht): "Weet je trouwens dat je binnen de kortste tijd door de organisatie van schijnpoets-fabrikanten van je kokosmatje zou worden gevaagd? Die kunnen dit soort initiatieven niet gebruiken, wat dacht je tegen hun macht te beginnen?" Wederom had hij gelijk."Tja," antwoordde ik, niet erg gevat. "Er schiet me nóg iets te binnen, ik hèb niet eens een kokosmatje van 1 bij 1 om van weggevaagd te worden. Zonder zo'n matje weet niemand waar mijn plaats is en zulke matjes liggen ook niet zomaar voor het oprapen!" Ik deed mijn ogen weer open, ik had genoeg gezien.
Vervolgens trok ik mijn jas aan, de deur achter me dicht en ging op zoek naar die terneergeslagen man, om hem te vertellen dat er weer hoop voor hem en de zijnen was, mits ze allemaal maar een kokosmatje hadden! Kokosmattenhandelaar* zou ik worden... Ik zou het mijn man later wel uitleggen.
*Kokosmattenhandelaar: Oud Bargoens voor Uitzendbureau.
Niet zo erg lang geleden raakte ik in gesprek met iemand die het tótáál niet meer zag zitten; "Hij behoorde", zo vertelde hij, "tot een grote groep mensen die geen toekomst meer hadden".
"Ach wat!" zei ik toen in een poging hem op te monteren, "toekomst genoeg, als je maar om je heen kijkt!" Integendeel, na mij even meewarig aangekeken te hebben, liep hij met terneergeslagen ogen weg. Mij in gepeins achterlatend.
Ik dacht aan al die mensen die zo de hele dag naar hun schoenen liepen te staren en aan het feit dat ze daar beslist niet vrolijker van werden. Want welke schoen lacht je vandaag de dag nog vrolijk glimmend tegemoet? In dit heldere ogenblik staakte ik mijn gemijmer en ging over tot een meer actievere gedachtegang.
Ik zag een taak voor me weggelegd èn een gat in de markt, letterlijk en figuurlijk; schoenpoetster zou ik worden! Op de zaterdagmarkt zou ik gaan staan en scheppen guldens verdienen. Wie heeft dààr geen piek voor over, om binnen 3 min. weer op prachtig gepoetste schoenen rond te lopen? Het bespaart je ook nog een paar smerige handen en sokken, tijd en dure schijnpoetsmiddelen (dat zijn van die vlugpoetsmiddelen: in 1 minuut erop en in 5 minuten er weer af). De echte schoensmeer verlengt de levensduur van een paar schoenen tot minstens 5 maal en als iedereen er op een gegeven moment zo blij gepoetst bij loopt zal dat ook z'n uitwerking op het milieu hebben! Niemand wil meer onprettig verrast worden door honden uitwerpselen, klodders mayonaise, kauwgom en wat we nog meer geneigd zijn om ons heen te slingeren.
Het enige wat ik nodig had om dit grootse idee tot uitvoering te brengen was: één m2 staan/zitplaats, gemarkeerd door een kokosmat (daar glijd je niet op uit en dat gaat ook op straatstenen 30 jaar mee), een klapstoeltje, wat oude lappen en echte schoensmeer.
Ik verheugde me al op de bewondering en waardering die ik in mijn gezin zou oogsten, als ik dat van mijn plan op de hoogte zou brengen. Maar, zover was ik nog niet, eerst volgden er nog maanden van research. Wekelijks liep ik over de markt op zoek naar een strategische plek, voor mezelf èn voor de paar mud modder die ik van plan was op verschillende punten uit te storten teneinde de eerste toeloop wat te bevorderen. Uiteindelijk had ik het hele plan uitgewerkt. Alles stond netjes in een foliootje genoteerd en ik achtte de tijd rijp mijn man van mijn voornemens in kennis te stellen.
Zijn reactie was ronduit gezegd tamelijk teleurstellend, i.p.v. mij waarderend op de schouders te kloppen, zei hij heel koeltjes: "Als er volgens mij één persoon in Alkmaar e.o. is die een gruwelijke hekel aan schoenpoetsen heeft, dan ben jij dat wel!"
Dàt was ik helemaal vergeten! Ik herstelde me een beetje en opperde: "Dan kun jij m'n compagnon wel worden en delen in de winst!"... Geen antwoord.
3 uur later, terwijl ik nog zat na te denken over dit euvel, klonk het vanuit het duister (ik had m'n ogen dicht): "Weet je trouwens dat je binnen de kortste tijd door de organisatie van schijnpoets-fabrikanten van je kokosmatje zou worden gevaagd? Die kunnen dit soort initiatieven niet gebruiken, wat dacht je tegen hun macht te beginnen?" Wederom had hij gelijk."Tja," antwoordde ik, niet erg gevat. "Er schiet me nóg iets te binnen, ik hèb niet eens een kokosmatje van 1 bij 1 om van weggevaagd te worden. Zonder zo'n matje weet niemand waar mijn plaats is en zulke matjes liggen ook niet zomaar voor het oprapen!" Ik deed mijn ogen weer open, ik had genoeg gezien.
Vervolgens trok ik mijn jas aan, de deur achter me dicht en ging op zoek naar die terneergeslagen man, om hem te vertellen dat er weer hoop voor hem en de zijnen was, mits ze allemaal maar een kokosmatje hadden! Kokosmattenhandelaar* zou ik worden... Ik zou het mijn man later wel uitleggen.
*Kokosmattenhandelaar: Oud Bargoens voor Uitzendbureau.
Modern Ganzenbord... (voorschouwelijk?)
(Mijn kijk op de 1ste computerspelletjes: 1984)
Packman! Seabattle! Racing World! Schreeuwende teksten, flitsende beelden en verkindste ouders maken ons middels de reclame opmerkzaam op nieuwe ontwikkelingen op het spelgebied. "Geef de mens brood en spelen", onder dit motto wordt er een maatschappij aangepast spelsysteem gedistribueerd om de verloren gegane vreugde van het gezinsverband versterkende "Ganzenbord" te compenseren.
Verjaardagen, vroeger een bron van vrolijkheid zijn nu de aanleiding om kinderen met computerspelletjes op te zadelen. Argeloos wordt het speeltje door een liefhebbend familielid overhandigd en stomverbaasd kun je de verdere dag je visite van een heel andere kant leren kennen.
Computerspelletjes zijn ons leven binnengedrongen, en met name het goedkopere niet te programmeren, handzame apparaatje, voorzien van een beeldschermpje en
bedieningsmechaniekje, dat een ieder die het ongeluk treft binnen een straal van 5 m. van het desbetreffende speeltje te komen psychisch zwaar dreigt te ondermijnen. (Er zijn ook op een Tv-toestel aan te sluiten grotere exemplaren)
De slachtoffers van dit verschijnsel zijn nu al her en der waar te nemen. Buiten de huiskamergebondenen, plegen de mobielere spelers zich in allerlei hoeken en gaten, zowel binnen als buiten op te houden. De meer sociaal ingestelde typen verzamelen zich in speciale holen en worden op die manier enigszins aan het gezicht onttrokken.
Elk contact, hoe vluchtig ook, dient met het speeltje vermeden te worden, wil men niet óók tot de slachtoffers gaan behoren. Zelfs de meest fervente tegenstanders blijken te zwichten als ze een paar minuten in het bezit zijn van een apparaatje waarvan het geprogrammeerde typisch schijnt aan te sluiten bij hun karakter.
Velen beweren dat deze doelloze bezigheid hun reactievermogen verbetert. Vergelijk: dierproeven met ratten die beloond worden met voer(score-punten), als ze bij het juiste belletje het juiste luikje openen!
"We moeten er mee leren leven!", wordt er alom geroepen, en of dat lukt moeten we nog maar afwachten. Voorlopig staat de mens nog zeer neurotisch tegenover de techniek en is hij de strijd aangegaan via het speelgoed met het idee; als ik het hiervan kan winnen zal het met een computergestuurde maatschappij ook wel loslopen.
Tot nog toe is het gevolg: asociaal gedrag, geestelijke degeneratie door de verstarrende werking van het speeltje en een economische opleving in Japan.
Standvastige moeders en andere standvastigen die zo'n computerspelfanaat als verloren beschouwen voor de menselijke samenleving kunnen nog weinig uitrichten; psychologische rapporten beginnen zich al op te hopen maar zijn nog lang niet afgerond en worden vooralsnog niet als afdoend tegenwerpingsmateriaal beschouwd.
Wat dan ertegen te ondernemen? De handelsbetrekkingen met Japan verbreken zou b.v. geen uitkomst zijn en het speeltje ruwweg wegrukken kan misschien blijvende psychische schade opleveren aan de betrokken speler. Beter is het alvast wat hulpcentra op te richten voor 't geval dat het misschien nìet vanzelf overgaat.
Weinigen beseffen helaas nog niet dat er achter dit nieuwe, zo op het oog onschuldige volksvermaak verborgen motieven schuilen: Ten eerste moet er flink aan verdiend worden en ten tweede is het de bedoeling dat het volk wordt zoet gehouden. De zogenaamde home-computers en beeldspelletjes moeten de "gewone man" leren dat computers niet eng en gevaarlijk zijn. Er wordt ze zelfs aangepraat dat ze erg slim zijn als ze een paar knoppen weten in te drukken. Het is een "verdeel en heers" politiek: verdeel de nep-computers onder het volk en als dat murw is kan er vrij geheerst worden met "het grotere werk".
Gelukkig zullen de slechtlonende (punten), dwangmatige, onpersoonlijke en oncreatieve aspecten van dit speeltje er toe bijdragen dat deze mode van snel voorbijgaande aard zal zijn. Laten we hopen dat binnenkort de balans naar de andere kant overslaat en dat dankzij die spelletjes de mens inzicht krijgt in de betrekkelijke domheid van wat "computer" heet.
En mocht u door de toch wel hoge prijs nog niet in het bezit zijn gekomen van een computer-spel, prijs u dan maar gelukkig, u zult samen met uw kinderen straks tot een onbedorven slag mensen behoren, zeldzaam, maar niettemin noodzakelijk om er voor te zorgen dat de kennis van het "Ganzenbord" niet verloren zal gaan.
Packman! Seabattle! Racing World! Schreeuwende teksten, flitsende beelden en verkindste ouders maken ons middels de reclame opmerkzaam op nieuwe ontwikkelingen op het spelgebied. "Geef de mens brood en spelen", onder dit motto wordt er een maatschappij aangepast spelsysteem gedistribueerd om de verloren gegane vreugde van het gezinsverband versterkende "Ganzenbord" te compenseren.
Verjaardagen, vroeger een bron van vrolijkheid zijn nu de aanleiding om kinderen met computerspelletjes op te zadelen. Argeloos wordt het speeltje door een liefhebbend familielid overhandigd en stomverbaasd kun je de verdere dag je visite van een heel andere kant leren kennen.
Computerspelletjes zijn ons leven binnengedrongen, en met name het goedkopere niet te programmeren, handzame apparaatje, voorzien van een beeldschermpje en
bedieningsmechaniekje, dat een ieder die het ongeluk treft binnen een straal van 5 m. van het desbetreffende speeltje te komen psychisch zwaar dreigt te ondermijnen. (Er zijn ook op een Tv-toestel aan te sluiten grotere exemplaren)
De slachtoffers van dit verschijnsel zijn nu al her en der waar te nemen. Buiten de huiskamergebondenen, plegen de mobielere spelers zich in allerlei hoeken en gaten, zowel binnen als buiten op te houden. De meer sociaal ingestelde typen verzamelen zich in speciale holen en worden op die manier enigszins aan het gezicht onttrokken.
Elk contact, hoe vluchtig ook, dient met het speeltje vermeden te worden, wil men niet óók tot de slachtoffers gaan behoren. Zelfs de meest fervente tegenstanders blijken te zwichten als ze een paar minuten in het bezit zijn van een apparaatje waarvan het geprogrammeerde typisch schijnt aan te sluiten bij hun karakter.
Velen beweren dat deze doelloze bezigheid hun reactievermogen verbetert. Vergelijk: dierproeven met ratten die beloond worden met voer(score-punten), als ze bij het juiste belletje het juiste luikje openen!
"We moeten er mee leren leven!", wordt er alom geroepen, en of dat lukt moeten we nog maar afwachten. Voorlopig staat de mens nog zeer neurotisch tegenover de techniek en is hij de strijd aangegaan via het speelgoed met het idee; als ik het hiervan kan winnen zal het met een computergestuurde maatschappij ook wel loslopen.
Tot nog toe is het gevolg: asociaal gedrag, geestelijke degeneratie door de verstarrende werking van het speeltje en een economische opleving in Japan.
Standvastige moeders en andere standvastigen die zo'n computerspelfanaat als verloren beschouwen voor de menselijke samenleving kunnen nog weinig uitrichten; psychologische rapporten beginnen zich al op te hopen maar zijn nog lang niet afgerond en worden vooralsnog niet als afdoend tegenwerpingsmateriaal beschouwd.
Wat dan ertegen te ondernemen? De handelsbetrekkingen met Japan verbreken zou b.v. geen uitkomst zijn en het speeltje ruwweg wegrukken kan misschien blijvende psychische schade opleveren aan de betrokken speler. Beter is het alvast wat hulpcentra op te richten voor 't geval dat het misschien nìet vanzelf overgaat.
Weinigen beseffen helaas nog niet dat er achter dit nieuwe, zo op het oog onschuldige volksvermaak verborgen motieven schuilen: Ten eerste moet er flink aan verdiend worden en ten tweede is het de bedoeling dat het volk wordt zoet gehouden. De zogenaamde home-computers en beeldspelletjes moeten de "gewone man" leren dat computers niet eng en gevaarlijk zijn. Er wordt ze zelfs aangepraat dat ze erg slim zijn als ze een paar knoppen weten in te drukken. Het is een "verdeel en heers" politiek: verdeel de nep-computers onder het volk en als dat murw is kan er vrij geheerst worden met "het grotere werk".
Gelukkig zullen de slechtlonende (punten), dwangmatige, onpersoonlijke en oncreatieve aspecten van dit speeltje er toe bijdragen dat deze mode van snel voorbijgaande aard zal zijn. Laten we hopen dat binnenkort de balans naar de andere kant overslaat en dat dankzij die spelletjes de mens inzicht krijgt in de betrekkelijke domheid van wat "computer" heet.
En mocht u door de toch wel hoge prijs nog niet in het bezit zijn gekomen van een computer-spel, prijs u dan maar gelukkig, u zult samen met uw kinderen straks tot een onbedorven slag mensen behoren, zeldzaam, maar niettemin noodzakelijk om er voor te zorgen dat de kennis van het "Ganzenbord" niet verloren zal gaan.
De Erfenis... (een sprookje).
(Geschreven: April '84 / Fantasy).
Hier niet zo ver vandaan, ongeveer in de buurt van Anna-Palowna, woonde eens een boer met nogal wat land. Zijn huis was verkrot en z'n land verarmd, want al zijn opbrengsten had hij naar zijn zoon in de stad gestuurd om diens studie te bekostigen.
Toen deze boer voelde dat z'n laatste uur geslagen had, liet hij zijn zoon bij zich komen. Dat kon nog nèt, want de afstanden zijn daar niet zo groot en er was zèlfs nog tijd over voor een paar laatste woorden: "Zoon," mompelde hij, "je ziet, het is niet veel meer wat ik achterlaat, maar als je even de moeite wilt nemen om achter in het keukenkastje te kijken, zul je daar twee koekblikken vinden, waarvan de inhoud je leven zal verrijken."
Daar kon de zoon het mee doen, toen hij weer een beetje bij z'n positieven kwam, (hij hield namelijk veel van z'n vader) ging hij maar eens naar de keuken. Ja hoor, dáár lagen de koekblikken, zó voor het grijpen! Hij opende ze met de verwachting er niet veel bijzonders in aan te treffen en daarin werd hij niet teleurgesteld: in het ene blik zat een hand vol zaaigoed en in het andere een lelijke, raar gevormde zwarte pit. Van verbouwereerdheid sloeg de jongen aan 't nadenken; z'n vader had hem tenslotte niet voor niets laten studeren. Hij kwam tot de conclusie: 'mijn vader was een wijs man en zal hier vast en zeker een bedoeling mee gehad hebben'.
De volgende dag betrok hij het huisje, knapte het op en liet een week later z'n verloofde Constance over komen. Constance had zich eigenlijk iets méér van de erfenis voorgesteld maar omdat ze hem niet gelijk in de steek wilde laten trok ze voorlopig bij hem in. Vervolgens bewerkte de jongen het land en zaaide z'n erfenis. Voor de pit had hij een speciaal hoekje gereserveerd, goed in 't zicht vanuit z'n luie stoel.
Weldra tierden de gewassen die hij gezaaid had weelderig om hem heen, zelfs Constance ging het zien zitten. Veel hoefde hij er niet aan te doen, het vloog als het ware de grond uit. Hij kon op zijn dooie akkertje de winst opstrijken.
Alleen, als hij in z'n luie stoel zat, keek hij uit op een kale, dorre plek, geen sprietje te zien! Dat begon hem na geruime tijd danig dwars te zitten; hij zou er eens wat extra mest op gooien bedacht hij en ging aan de slag.
De seizoenen volgden elkaar op. Toen er de tweede zomer nog steeds geen resultaat viel te bespeuren, kwam hij pas goed in actie. Hij kocht betere mest en schoffelde en wiedde net zo lang totdat er uiteindelijk in de herfst een nietig staakje de kop op stak. Vanaf dat moment had hij geen rust meer in z'n luie stoel. Meer en meer koesterde hij het prille plantje, weer en wind duldend, door onbekende kracht gedreven. De andere gewassen gebruikte hij alleen voor z'n allernoodzakelijkste levensbehoeften en de rest gaf hij weg. Hij begon een ander mens te worden.
Constance echter, kreeg er zwaar de pest over in, ook was ze niet van plan hem te helpen en pakte daarop kwaad haar fiets om voor altijd van hem weg te rijden, via de polderdijk.
Bewoners uit de omgeving raakten nieuwsgierig, ze kwamen geregeld kijken, lachen en soms schimpende opmerkingen maken. De jongen incasseerde dit alles en bleef vriendelijk. Zijn plantje groeide, zij het, dat het op het eerste gezicht een lelijk, miserabel ding leek te worden. Niet van z'n stuk te brengen, zwoegde de jongen voort, totdat onverwachts het jaar daarop het plantje een ander aanschijn kreeg. Was het de kleur of de vorm? Het deed er ook niet toe, de jongen schoffelde weer enthousiast verder en de mensen liet hij verbaasd aan de kant staan. Met het verglijden der jaren werd het plantje steeds mooier en de bevolking steeds vriendelijker.
Tientallen jaren later werd het plantje boom en begon vruchten te dragen, die bij nadere beschouwing zó gezond bleken te zijn, dat ze vrijwel iedere zieke weer op de been hielpen. Uit dankbaarheid wilden de dorpelingen Jacob (want zo heette de jongen) tot heer en meester over hun gebied verklaren, maar toen ze met fanfare en al naar het huisje togen, was de vogel gevlogen. Alleen de boom stond er nog, in volle pracht en scheen het verder zonder enige verzorging af te kunnen, want hij staat er nu nog.
Hier niet zo ver vandaan, ongeveer in de buurt van Anna-Palowna, woonde eens een boer met nogal wat land. Zijn huis was verkrot en z'n land verarmd, want al zijn opbrengsten had hij naar zijn zoon in de stad gestuurd om diens studie te bekostigen.
Toen deze boer voelde dat z'n laatste uur geslagen had, liet hij zijn zoon bij zich komen. Dat kon nog nèt, want de afstanden zijn daar niet zo groot en er was zèlfs nog tijd over voor een paar laatste woorden: "Zoon," mompelde hij, "je ziet, het is niet veel meer wat ik achterlaat, maar als je even de moeite wilt nemen om achter in het keukenkastje te kijken, zul je daar twee koekblikken vinden, waarvan de inhoud je leven zal verrijken."
Daar kon de zoon het mee doen, toen hij weer een beetje bij z'n positieven kwam, (hij hield namelijk veel van z'n vader) ging hij maar eens naar de keuken. Ja hoor, dáár lagen de koekblikken, zó voor het grijpen! Hij opende ze met de verwachting er niet veel bijzonders in aan te treffen en daarin werd hij niet teleurgesteld: in het ene blik zat een hand vol zaaigoed en in het andere een lelijke, raar gevormde zwarte pit. Van verbouwereerdheid sloeg de jongen aan 't nadenken; z'n vader had hem tenslotte niet voor niets laten studeren. Hij kwam tot de conclusie: 'mijn vader was een wijs man en zal hier vast en zeker een bedoeling mee gehad hebben'.
De volgende dag betrok hij het huisje, knapte het op en liet een week later z'n verloofde Constance over komen. Constance had zich eigenlijk iets méér van de erfenis voorgesteld maar omdat ze hem niet gelijk in de steek wilde laten trok ze voorlopig bij hem in. Vervolgens bewerkte de jongen het land en zaaide z'n erfenis. Voor de pit had hij een speciaal hoekje gereserveerd, goed in 't zicht vanuit z'n luie stoel.
Weldra tierden de gewassen die hij gezaaid had weelderig om hem heen, zelfs Constance ging het zien zitten. Veel hoefde hij er niet aan te doen, het vloog als het ware de grond uit. Hij kon op zijn dooie akkertje de winst opstrijken.
Alleen, als hij in z'n luie stoel zat, keek hij uit op een kale, dorre plek, geen sprietje te zien! Dat begon hem na geruime tijd danig dwars te zitten; hij zou er eens wat extra mest op gooien bedacht hij en ging aan de slag.
De seizoenen volgden elkaar op. Toen er de tweede zomer nog steeds geen resultaat viel te bespeuren, kwam hij pas goed in actie. Hij kocht betere mest en schoffelde en wiedde net zo lang totdat er uiteindelijk in de herfst een nietig staakje de kop op stak. Vanaf dat moment had hij geen rust meer in z'n luie stoel. Meer en meer koesterde hij het prille plantje, weer en wind duldend, door onbekende kracht gedreven. De andere gewassen gebruikte hij alleen voor z'n allernoodzakelijkste levensbehoeften en de rest gaf hij weg. Hij begon een ander mens te worden.
Constance echter, kreeg er zwaar de pest over in, ook was ze niet van plan hem te helpen en pakte daarop kwaad haar fiets om voor altijd van hem weg te rijden, via de polderdijk.
Bewoners uit de omgeving raakten nieuwsgierig, ze kwamen geregeld kijken, lachen en soms schimpende opmerkingen maken. De jongen incasseerde dit alles en bleef vriendelijk. Zijn plantje groeide, zij het, dat het op het eerste gezicht een lelijk, miserabel ding leek te worden. Niet van z'n stuk te brengen, zwoegde de jongen voort, totdat onverwachts het jaar daarop het plantje een ander aanschijn kreeg. Was het de kleur of de vorm? Het deed er ook niet toe, de jongen schoffelde weer enthousiast verder en de mensen liet hij verbaasd aan de kant staan. Met het verglijden der jaren werd het plantje steeds mooier en de bevolking steeds vriendelijker.
Tientallen jaren later werd het plantje boom en begon vruchten te dragen, die bij nadere beschouwing zó gezond bleken te zijn, dat ze vrijwel iedere zieke weer op de been hielpen. Uit dankbaarheid wilden de dorpelingen Jacob (want zo heette de jongen) tot heer en meester over hun gebied verklaren, maar toen ze met fanfare en al naar het huisje togen, was de vogel gevlogen. Alleen de boom stond er nog, in volle pracht en scheen het verder zonder enige verzorging af te kunnen, want hij staat er nu nog.
woensdag 18 mei 2016
Eén pakje nietjes graag...
(Geschreven / Waargebeurd op Jul 16, '08).
Vandaag was ik van plan een pakje nietjes te gaan kopen, niet dat ik ze direct nodig had maar het onderwerp houdt me bezig. Ik heb een aantal (6) nietmachines die ik het liefst 2e hands koop want die dingen kunnen best prijzig zijn en de plastic versies hoef ik niet. Die nietmachine heb je nodig om het nietje in te plaatsen teneinde deze vervolgens met een flinke klap door een materiaal naar keuze heen te jagen. Aan te bevelen is het om met meerdere lagen te werken.
Oké, dat nietje daar gaat het dus om, 1 nietje daar heb je niet veel aan ook al heb je hem nodig. Die laatste 'niet' blijft namelijk geheid vastzitten in je nietmachine die dus dan niet niet. Het zal vroeg of laat nodig zijn er een doosje van aan te schaffen want per stuk bestaan ze niet. Ze kosten bijna niets en zijn overal te krijgen. Is het mogelijk dat er een probleem kan ontstaan bij de aanschaf van een doosje nietjes? Nou! Reken maar!...
Mijn voorraad nietjes van 30 jaar begon wat te slinken en het moment brak aan dat ik eens een doosje ervan op de kop wilde tikken. Welke zou ik nemen? Voor de verandering wilde ik overgaan op een vertinde soort i.t.t. de koperen die ik op den duur wat vond roesten. Ik toog hoopvol gestemd naar de duurste kantoorwinkel van de stad en vroeg ze naar hun beste kwaliteit nietjes. Verbeeldde ik het me of keek de oude winkeljuf me inderdaad met een ietwat neerbuigend trekje aan?
Onverstoorbaar stelde ik mijn vragen; welke merken er waren of ze sterk waren...
Geen antwoord... of ik mijn nietmachine niet had meegenomen? "Dat was heel dom", zei ze en ze stuurde me naar de plank met doosjes nietjes om het zelf maar uit te zoeken.
Wat een keuze trof ik aan, als je 3o jaar geen doosje nietjes hebt hoeven kopen (ik vond ze altijd) duizelt het je bij het zien van zo'n overdadige aanbod. Je kon ze krijgen in alle kleuren, maten en hoeveelheden. Dacht ik... bij nadere beschouwing vielen er een hoop doosjes af en bleven er nog maar 3 keuzes over. Ik koos de vertinde soort - 1 doosje. Bij het afrekenen vroeg ik nog eens of dit de beste waren. Ergens hoorde ik een lijzige stem boven me zeggen dat er nog nooit klachten over geweest waren... 50 cent kostte het me.
Na de nietjes herhaaldelijk gebruikt te hebben bemerkte ik dat deze gemakkelijk afbraken en veel korter waren dan mijn oude nietjes. Ze hadden me duidelijk voorgelogen in die winkel! Nou, de 1e klacht over een pakje nietjes komt er aan!
Niet lang na deze aankoop had ik een afwijkende maat nietjes nodig i.v.m. een nieuwe oude nietmachine. Langere nietjes zodat ik 2x zoveel velletjes aan elkaar kon hengsten. Met gemengde gevoelens dit keer toog ik weer naar de kantoorwinkel.
Dezelfde vrouw stond me terzijde en tikte het model nietje dat ik nodig had in op haar computer. "Helaas mevrouw dit model is niet meer voorradig."
"Nou," zei ik, "dat geeft niet hoor, geeft u me dan maar een ander pakje met gewone nietjes van een grotere maat", en waar ik al bang voor was....
"Heeft u de nietmachine bij u? Anders weten we niet welke nietjes erin moeten." "Mevrouw, ik heb 7 nietmachines en ga ze niet allemaal meeslepen en de maat die ik wil hebben ligt niet op de plank. Als het niet in de ene past dan past het wel in de andere!"
"Ja, we kunnen ze niet allemaal op de plank leggen hé want anders kopen de mensen steeds de verkeerde nietjes en komen ze terug om ze te ruilen."
"Voor die 50 cent wil ik het risico wel nemen hoor mevrouw! Ik zou graag een doosje met een grotere maat nietjes kopen!"
"Het lijkt me beter dat u eerst de maat opneemt voor u overgaat tot de aanschaf van een doosje nietjes."
"Maar ik wéét de maat! Deze passen vast wel!"
"Sorry, mevrouw..."
Bloedlink liep ik de winkel uit en heb inmiddels mijn 7e nietmachine maar weggegooid. Tot ik gister weer een ander exemplaar vond met de exacte maten erop beschreven 24/6 - 28/8, ik neem hem expres niet mee maar wel het doosje dat volgens opschrift maat 24/6 zou moeten bevatten en gek genoeg korter zijn dan mijn oude nietjes!
- Wordt waarschijnlijk vervolgd!
Vandaag was ik van plan een pakje nietjes te gaan kopen, niet dat ik ze direct nodig had maar het onderwerp houdt me bezig. Ik heb een aantal (6) nietmachines die ik het liefst 2e hands koop want die dingen kunnen best prijzig zijn en de plastic versies hoef ik niet. Die nietmachine heb je nodig om het nietje in te plaatsen teneinde deze vervolgens met een flinke klap door een materiaal naar keuze heen te jagen. Aan te bevelen is het om met meerdere lagen te werken.
Oké, dat nietje daar gaat het dus om, 1 nietje daar heb je niet veel aan ook al heb je hem nodig. Die laatste 'niet' blijft namelijk geheid vastzitten in je nietmachine die dus dan niet niet. Het zal vroeg of laat nodig zijn er een doosje van aan te schaffen want per stuk bestaan ze niet. Ze kosten bijna niets en zijn overal te krijgen. Is het mogelijk dat er een probleem kan ontstaan bij de aanschaf van een doosje nietjes? Nou! Reken maar!...
Mijn voorraad nietjes van 30 jaar begon wat te slinken en het moment brak aan dat ik eens een doosje ervan op de kop wilde tikken. Welke zou ik nemen? Voor de verandering wilde ik overgaan op een vertinde soort i.t.t. de koperen die ik op den duur wat vond roesten. Ik toog hoopvol gestemd naar de duurste kantoorwinkel van de stad en vroeg ze naar hun beste kwaliteit nietjes. Verbeeldde ik het me of keek de oude winkeljuf me inderdaad met een ietwat neerbuigend trekje aan?
Onverstoorbaar stelde ik mijn vragen; welke merken er waren of ze sterk waren...
Geen antwoord... of ik mijn nietmachine niet had meegenomen? "Dat was heel dom", zei ze en ze stuurde me naar de plank met doosjes nietjes om het zelf maar uit te zoeken.
Wat een keuze trof ik aan, als je 3o jaar geen doosje nietjes hebt hoeven kopen (ik vond ze altijd) duizelt het je bij het zien van zo'n overdadige aanbod. Je kon ze krijgen in alle kleuren, maten en hoeveelheden. Dacht ik... bij nadere beschouwing vielen er een hoop doosjes af en bleven er nog maar 3 keuzes over. Ik koos de vertinde soort - 1 doosje. Bij het afrekenen vroeg ik nog eens of dit de beste waren. Ergens hoorde ik een lijzige stem boven me zeggen dat er nog nooit klachten over geweest waren... 50 cent kostte het me.
Na de nietjes herhaaldelijk gebruikt te hebben bemerkte ik dat deze gemakkelijk afbraken en veel korter waren dan mijn oude nietjes. Ze hadden me duidelijk voorgelogen in die winkel! Nou, de 1e klacht over een pakje nietjes komt er aan!
Niet lang na deze aankoop had ik een afwijkende maat nietjes nodig i.v.m. een nieuwe oude nietmachine. Langere nietjes zodat ik 2x zoveel velletjes aan elkaar kon hengsten. Met gemengde gevoelens dit keer toog ik weer naar de kantoorwinkel.
Dezelfde vrouw stond me terzijde en tikte het model nietje dat ik nodig had in op haar computer. "Helaas mevrouw dit model is niet meer voorradig."
"Nou," zei ik, "dat geeft niet hoor, geeft u me dan maar een ander pakje met gewone nietjes van een grotere maat", en waar ik al bang voor was....
"Heeft u de nietmachine bij u? Anders weten we niet welke nietjes erin moeten." "Mevrouw, ik heb 7 nietmachines en ga ze niet allemaal meeslepen en de maat die ik wil hebben ligt niet op de plank. Als het niet in de ene past dan past het wel in de andere!"
"Ja, we kunnen ze niet allemaal op de plank leggen hé want anders kopen de mensen steeds de verkeerde nietjes en komen ze terug om ze te ruilen."
"Voor die 50 cent wil ik het risico wel nemen hoor mevrouw! Ik zou graag een doosje met een grotere maat nietjes kopen!"
"Het lijkt me beter dat u eerst de maat opneemt voor u overgaat tot de aanschaf van een doosje nietjes."
"Maar ik wéét de maat! Deze passen vast wel!"
"Sorry, mevrouw..."
Bloedlink liep ik de winkel uit en heb inmiddels mijn 7e nietmachine maar weggegooid. Tot ik gister weer een ander exemplaar vond met de exacte maten erop beschreven 24/6 - 28/8, ik neem hem expres niet mee maar wel het doosje dat volgens opschrift maat 24/6 zou moeten bevatten en gek genoeg korter zijn dan mijn oude nietjes!
- Wordt waarschijnlijk vervolgd!
Abonneren op:
Posts (Atom)